Welkom op de pagina van groep 4!

Belangrijke data:

  • Hemelvaart weekend op 26 en 27 mei.
  • Dinsdag 31 mei inloop.
  • Pinksteren 6 juni.
  • Avond-4-daagse op 7-8-9-10 juni.
  • Studiedag groep 1 t/m 4 op 24 en 27 juni.
  • Inloop 30 juni.
  • Postiljon dag en rapport mee op 1 juli.
  • Zomervakantie vrijdag 8 juli vanaf 12.00 uur.

Oefenen thuis:

  • Oefenen de tafels van 1-2-3-4-5-10.
  • Oefenen met de klok ( hele, halve, kwart voor en kwart over) analoog en digitaal.
  • Lekker lezen.

Belangrijke informatie:

De vakken in groep 4:    

IPC : Van top tot teen ( we beginnen half mei met deze unit, u ontvangt de ouderbrief ook in mei)

Taal: Staal ( we starten met het volgende blok op 9 mei).

In de taalmethode werken we in blokken. Elk blok duurt zo’n vier weken en heeft zijn eigen thema. Na ongeveer vier weken krijgen de kinderen de toets.  Hiervoor krijgen de kinderen de woorden mee naar huis om te leren. Gedurende het hele blok blijven wij ook de betekenis van deze woorden oefenen.

Het thema van het blok is kleding. Wat draagt iedereen? Kleding is belangrijk, want: kleren maken de man!. Kinderen vinden het vaak leuk om hun outfit af te maken met een button of een T-shirt te dragen met een leuke leus erop. In dit thema komt het allemaal aan bod: van tweedehands -tot merkkleding. We hebben het thema gekozen bij onze nieuwe IPC unit.

Spelling: Staal (we starten met blok 7 op 9 mei).

* Onderaan deze pagina staat de uitleg van de spelling categorieën die in groep 4 worden aangeboden.

In blok 7 leren we:

  • één woord met drie categorieën. bijvoorbeeld vergissing, brandhaardje.
  • woord met -enen,-eren, -elen. bijvoorbeeld wandelen, winkelen.
  • klankgroepenwoord met twee klankgroepen. bijvoorbeeld krokodil, gordijnen.
  • De uitleg staat onderaan deze bladzijde.

Grammatica:

  • enkelvoud en meervoud van het zelfstandig naamwoord.

Rekenen: Wereld in Getallen (we werken aan blok 2B).

Het thema van het blok

  • Oriëntatie op de getallen tot en met 100: terugtellen met sprongen van tien, aanvullen tot het tiental.
  • Optellen en aftrekken over het eerste tiental: automatisering van het optellen en aftrekken over het eerste tiental.
  • Optellen en aftrekken tot en met 100: gebruik maken van een getallenlijn, gebruik maken van een bekende ( familie) som.
  • De tafels van 1,2,3,4,5,10 zijn nu geoefend en moeten geleerd worden.
  • Geld: gepast betalen met munten tot 1 euro.
  • Tijd: klokkijken met hele, halve uren + kwartieren
  • Meetkunde: meten in centimeters, bouwwerken.

Blok 3B

  • Oriëntatie op de getallen tot en met 100: tellen met sprongen van toen, verder en terugtellen tot 100, springen naar een getal en terug springen, vleksommen.
  • Optellen en aftrekken over het eerste tiental: introductie van kijkend rekenen, waarbij het eerste getal opgezet wordt en de rest kijkend word uitgevoerd.
  • Optellen en aftrekken tot en met 100: tellen met sprongen van 10, optellen en aftrekken over het eerste tiental, aanvullen tot een tiental.
  • De tafels van: 1,2,3,4,5 en 10 worden verder geoefend met halveren, verdubbelen, 1 minder, omkeren.
  • Geld: de biljetten van 20, 50 en 100 euro worden geïntroduceerd, oefenen met gepast betalen en wat krijg ik terug.
  • Tijd: maanden van het jaar.
  • Meetkunde: symmetrie ontdekken bij spiegelen, blokkenbouwsels en plattegronden.

Schrijven: Pennenstreken

We schrijven met de methode “Pennenstreken” en leren om letters in een verbonden schrift en aan elkaar te schrijven. Op dit moment  schrijft een groot aantal leerlingen met een vulpen. De hoofdletters zijn allemaal aangeleerd. Daarnaast besteden we veel aandacht aan een juiste pengreep en goede schrijfhouding. De juiste pengreep is om met je duim en wijsvinger je vulpen vast te houden, je middelvinger is ondersteunend aan de onderkant. We gaan de zinnen en de namen schrijven met een hoofdletter.

Lezen: Estafette

We lezen met de methode “Estafette”. Tot de kerstvakantie zullen de kinderen vooral bezig zijn met technisch lezen, maar daarna beginnen we aan het begrijpend lezen. In het begin van groep 4 betekent het dat de leeslessen gericht zijn op het automatisch maken van het lezen bij de kinderen: oefenen in het op tempo lezen en het lezen van verhalen (de zogenoemde leeskilometers).

De kinderen werken op niveau met het estafette leesboek en werkschrift. Er zijn 3 niveaus hierbij. Daarnaast besteden we ook aandacht aan het lezen van boeken, informatieboeken en strips. De schoolbibliotheek is opengegaan en alle kinderen hebben leesboeken op hun eigen leesniveau gehaald. Het is dus van belang om thuis ook te blijven lezen, want om te begrijpen wat je leest moet je eerst voldoende de techniek beheersen. Als u met uw kind wilt oefenen: blijf boeken, recepten, gedichten of andere teksten lezen met hem of haar.

Begrijpend Lezen : Nieuwsbegrip

We werken vanaf januari met de methode “Nieuwsbegrip”.

Veel aandacht voor voorlezen, begrijpend luisteren, woordenschat, kennisopbouw en interactieve taalactiviteiten is van groot belang. Lessen begrijpend lezen moeten leerlingen ondersteunen bij het ontwikkelen van de vaardigheden die we hierboven noemden, en het aanleren van de daarbij horende kennis. Dat gebeurt in Nieuwsbegrip door activiteiten waarvan we uit onderzoek weten dat ze bijdragen aan het worden van een goede lezer. Centraal daarbij staat het oefenen in actief lezen. Ten eerste worden leerlingen hierbij aangeleerd en gestimuleerd om vragen te stellen over tekst inhouden die ze niet goed begrijpen, en begripsproblemen te lijf te gaan. Door daarnaast de leerlingen tijdens het lezen te laten nadenken over bepaalde vragen (bij Nieuwsbegrip: de sleutelvragen), worden ze gestimuleerd bij de tekst steeds de diepte in te gaan en zich gaandeweg een mentaal plaatje van de tekst inhoud te vormen. Om de vragen te kunnen beantwoorden en het mentale plaatje te kunnen vormen, moeten de leerlingen inferenties maken en leesstrategieën toepassen. Belangrijk bij het oefenen is dat er interactie plaatsvindt. Door de inhoud van de tekst te bespreken, ideeën daarover uit te wisselen, zijn de leerlingen in staat een steeds beter mentaal plaatje te maken.
Interactie kan plaatsvinden:
• tussen leerlingen onderling tijdens het werken in groepjes,
• tussen de leraar en de groepjes,
• tussen leraar en individuele leerlingen, zowel voorafgaand aan als tijdens en na het lezen.
Daarnaast is ook modellen van onmiskenbaar belang: de leraar doet hardop denkend voor hoe hij/zij een
stukje leest, de leesstrategieën toepast en zich een mentaal plaatje vormt. Ook modelen kan op verschillende momenten tijdens de les plaatsvinden. De leerlingen werken daarnaast ook op het Chromebook aan het begrijpend lezen met opdrachten rond woordenschat en andere tekstsoorten.

De strategieën die wij dit jaar gaan oefenen zijn:

  • Ophelderen van onduidelijkheden
  • Verwijswoorden
  • Samenvatten
  • Visualiseren
  • Voorspellen
  • Vragen stellen
  • Verbanden

Vreedzaam:

Onze missie voor dit jaar is : “We slaan de handen in elkaar voor een fantastisch jaar” . Daarnaast “trekken” we elke week “een zonnetje van de week’. Een van de leerlingen krijgt van alle leerlingen een opsteker. Hierop is iets positiefs geschreven over hem of haar.

We hebben onze afspraken aan een positieve gedachtenslinger gehangen.

Blok 5. We dragen allemaal een steentje bij.

Doel: De kinderen voelen zich betrokken bij de groep, de school en het onderwijs.

Zij denken mee over en dragen bij aan de lesdoelen. Hierdoor worden zij meer eigenaar van hun eigen leerproces en de schoolcultuur. De kinderen leren zien wat hun eigen rol is in een (conflict)situatie en kunnen hier pro-actief mee omgaan.

Bij de groepen 1 t/m 4 zijn de lessen gericht op het:

  • herkennen van boosheid bij jezelf en de ander.
  • leren omgaan met je boosheid.
  • weer goed maken n.a.v. een conflict.
  • leren zoeken naar oplossingen voor een conflict.
  • leren wanneer iets helpen is en wanneer bemoeien.
  • verschil tussen helpen bij een conflict als scheidsrechter en helpen als mediator.
  • leren dat je op school leerlingmediatoren kunt vragen om te helpen wanneer je een conflict hebt.

 

Gym in groep 4:

Groep 4 heeft op vrijdag van 8.30 tot 9.30 uur gym. U kunt vanaf 8.20 uur de kinderen bij de Banninghal brengen. Denkt u eraan dat de leerlingen gymkleding en gymschoenen nodig hebben? En het is handig om op deze dag makkelijke kleren aan te doen en geen sieraden te dragen.

Spelling: Staal* 

Categorieën spelling: op you tube onder : “staal spelling categorieën filmpjes”, kunt u de uitleg beluisteren. *

Uitleg categoriekaart:

  1. Hakwoord: Ik schrijf het woord zoals ik het hoor.
  2. Zingwoord: Net als bij ding dong.
  3. Luchtwoord: Korte klank + cht met de ch van lucht behalve bij hij ligt, hij legt, hij zegt.
  4. Plankwoord: Daar mag geen g tussen.
  5. Eer-oor-eur woord: eer-woord, ik schrijf ee; oor-woord, ik schrijf oo; eur-woord, ik schrijf eu; eel-woord, ik schrijf ee.
  6. Aai-ooi-oei woord: Ik hoor de j, maar ik schrijf de i.
  7. Eeuw-ieuw woord: Ik denk aan de u.
  8. Langermaakwoord: Ik hoor een t aan het eind, dus langer maken. Ik hoor of ik d of t moet schrijven. Langermaakwoord (2): Eind-b rijtje, dus langer maken. Ik hoor dat ik een b moet schrijven.
  9. Voorvoegsel: Ik hoor de u, maar ik schrijf de e.
  10. Klankgroepenwoord: Klankgroep is… Laatste klank is …Dat is een 2-tekenklank of medeklinker, dan schrijf ik het woord zoals ik het hoor.  Dat is een korte klank, dan schrijf ik de … dubbel. Dat is een lange klank, dan gum ik een stukje van de … weg.
  11. Verkleinwoord: Grondwoord is … Dat is een … woord. Dan –je, -tje, -pje erachter. Ik hoor de u, maar ik schrijf de e.
  12. Achtervoegsel –ig: Ik hoor ug, maar ik schrijf ig. Achtervoegsel –lijk: Ik hoor luk, maar ik schrijf lijk.