Tijdens de informatie-avond hebben we al veel vertelt over het komende jaar en hebben we de flyer uitgedeeld. Voor wie deze niet meer heeft, kunt u hier de flyer vinden: flyer groep 4 2019-2020

De vakken in groep 4:

Taal:

In de taalmethode werken we in blokken. Elk blok duurt zo’n vier weken en heeft zijn eigen thema. Aan het begin van elk nieuw blok geven wij de woorden van de week mee naar huis. Thuis weet u dan welke woorden belangrijk zijn en kunt u oefenen met de betekenis van deze woorden. Na ongeveer vier weken krijgen de kinderen de toets. Gedurende het hele blok blijven wij ook de betekenis van deze woorden oefenen.

Blok 1: woordenschat thema Start

Themafilm: https://youtu.be/51X-Tam2Azg

blok 2: woordenschat thema Onderweg

Themafilm: https://www.youtube.com/watch?v=Xg4Fx_3ocPQ

Blok 3: Woordenschat thema klein

Themafilm: https://www.youtube.com/watch?v=Olbug-h4ZRw

Blok 4: Woordenschat thema nodig

In dit blok gaan we het hebben over alles wat we nodig hebben. We leren woorden zoals ‘broodnodig, onnodig, peperduur, onmisbaar en zo nog  meer. We gaan ook een voorwerp omschrijven waar we niet zonder kunnen en praten over dingen die we nodig hebben of niet kunnen missen in ons dagelijks leven. En we spelen natuurlijk het spelletje: ik ga op reis en neem mee…..

Themafilm: https://youtu.be/PnbYUgeWGJ8

Blok 5: Woordenschat thema lekker

In dit blok gaan we het hebben over allemaal dingen die lekker zijn. Doe je ogen maar eens dicht en denk maar aan alles wat jij lekker vindt…..(pannenkoeken, patat, ijs, taart, snoepjes, lasagne en zo nog meer dingen.) Je leert nieuwe woorden die te maken hebben met dit thema, we leren een recept schrijven en wat er belangrijk is aan een recept. Ook leer je tegenstellingen te maken, wat tijdwoorden zijn en hoe je die gebruikt bij een (strip)verhaal en een sfeer te  beschrijven. Aan het einde maken we met z’n allen een receptenboek van alle recepten die we in groep 4 lekker vinden.

Themafilm: https://youtu.be/5rXanOmHzPk

blok 6: slapen

Themafilm: https://youtu.be/i7XZrmb_yUM

 

Spelling:

Blok 5

We hebben nu alle categorieën gehad aan het einde van dit blok. We leren nu het verkleinwoord en het achtervoegsel. Omdat we nu alles gehad hebben, staan hieronder alle filmpjes op een rij. We leren in dit blok ook dat er meerdere categorieën in één woord kunnen zitten en we oefenen verder met het klankgroepenwoord. Gebruik je categoriekaart als geheugensteuntje tijdens het dictee of het maken van je werk.

hakwoord: Ik schrijf het woord zoals ik het hoor.

speciaal hakwoord: Daar mag geen ‘u’ tussen.

zingwoord: https://www.youtube.com/watch?v=eYmdf_O_U-c

luchtwoord: https://www.youtube.com/watch?v=BOEfsdqbFIo

ch woorden:

Sippe Simon heeft weer pech

Ach het is zo’n lekker joch

Draait zich om en, och, niet huilen.

Sippe Simon, lach nou toch.

Simon roept na eerst wat kuchen:

‘Kijk dan, ik ben goochelaar!’

Maar helaas het wordt een chaos,

Zijn techniek is toch niet klaar.

 

Eindelijk, Simon staat te juichen,

Heel zijn lichaam jubelt mee.

Hij roep: ’Kachel!’, er klinkt: ‘Kachel!’

Door de echo zijn het er twee.

plankwoord: https://www.youtube.com/watch?v=mRkLjCcMkIU

eer/oor/eurwoord: https://www.youtube.com/watch?v=TsXMNKHVgI0

aai/ooi/oeiwoord: https://www.youtube.com/watch?v=CPZY9X1sHFA

Eeuw/ieuw woord: https://www.youtube.com/watch?v=5E_TRUYZkYQ

Langermaak woord: https://www.youtube.com/watch?v=rj0VOGyJcUw

Langermaak woord -b: Eb, heb, web, drab, krab, slab, kwab, rib, schub, schrob, Rob, Job,  en Bob.

Voorvoegsel: https://www.youtube.com/watch?v=rBviMX_oWL0

Klankgroepenwoord: https://www.youtube.com/watch?v=hdSCtUG9irg

Verklein woord: https://www.youtube.com/watch?v=smzIpzeg7k4&list=PLfQJcazVjrXha0MNmkxZ-lSAM57Xwoyag&index=10

Achtervoegsel: https://www.youtube.com/watch?v=4dT375UNzH8&index=11&list=PLfQJcazVjrXha0MNmkxZ-lSAM57Xwoyag

ei-rap: https://www.youtube.com/watch?v=pA_eq2Q78bA

au-rap: https://www.youtube.com/watch?v=hQot9JrHdaM

 

Rekenen:

Blok 1b

We hebben al weer heel wat blokken gehad en het eerste boek is uit. Het eerste thema in dit boek is ‘in de winter’.

Lege getallenlijn

We gebruiken in dit blok veel de lege getallenlijn om sommen uit te rekenen. De kinderen weten als het goed is dat je bij plussommen links begint en bij minsommen rechts. Ze gebruiken de lege getallenlijn om zichtbaar te krijgen hoe ze een som uitrekenen en zo niet een stap over te slaan. De sprongen die ze op de getallenlijn maken zijn zo groot mogelijk: tientallen houden we heel en kleine sprongen voor eenheden (1, 2, 3 enz).

Plus en minsommen

We hebben in dit blok twee verschillende sommen: sommen door het tiental heen (15+9 /21-5) en sommen met tientallen (27+10/ 56-20)

Als eerste de sommen door het tiental heen. We gaan in dit blok verder richting de 100 en blijven dus niet alleen bij het eerste tiental. Maar de aanpak is het zelfde. We springen op de lege getallenlijn eerst naar het tiental. Als we dan uitkomen doen we de rest er nog bij of eraf. Als voorbeeld: 15+9=

Eerst springen 5 op de getallenlijn vooruit, want we gaan springen naar de 20. Als we bij de 20 zijn, dan splits ik 9 in 5 en 4. De 5 heb ik er al bij gedaan dus moeten de laatste 4 er nog bij. Dan kom ik uit op 24.

De sommen met tientallen beheersen alle kinderen al. Ze weten dat als er alleen tientallen bij komen, ze aan de lossen (eenheden) niet komen. Mochten ze het nodig hebben kunnen ze ook de tientallen springen op een getallenlijn, maar in de lessen hebben we gezien dat alle kinderen dit goed kunnen.

Tafels:

De tafels van 1,2,3, 5 en 10 mogen de kinderen nu goed oefenen. Ze moeten deze uit het hoofd kunnen opzeggen en ook door elkaar kennen.

De tafel van 4 wordt in dit blok aangeleerd. Deze mogen ze ook oefenen, als ze de andere tafels al beheersen.

Soms worden de tafels door elkaar gevraagd en als er dan lastige sommen zijn gebruiken de kinderen de tafelspin.

Dit is een spin in het web waarbij ze hulp kunnen krijgen om de lastige som uit te rekenen. Stel dat de som 4 x 9 is. De tafel van 9 hebben we nog niet gehad. Maar ik kan hem wel verwisselen. Dan wordt het 9 x 4. Dat kan ik uitrekenen. Is dit nog lastig? Dan kan ik een meer doen. Dat is 10 x 4 en deze kan ik wel dat is 40. Dan een groepje van 4 eraf en ik heb het antwoord.

Meten tijd en geld:

  • Meten:

In dit blok leren de kinderen om de inhoud van een doos uit te rekenen. Dit doen ze door uit te rekenen hoeveel er in een laag zitten en dan te kijken hoeveel lagen het zijn. Dit kan door keersommen, maar sommige kinderen moeten er nog bij schrijven hoeveel er per rij inzitten.

Ook oefenen we met 1 liter. De kinderen maken kennis met een maatbeker en flessen die 1 liter als inhoud hebben. Ook leren de kinderen te bekijken of iets meer of minder dan een liter is.

  • Tijd:

We gaan verder met de digitale tijd. We kunnen al de uren en minuten aflezen, weten wanneer het een heel en een half uur is.

In dit blok leren de kinderen dat digitale tijden aangeven of het ’s morgens, ’s middags of ’s avonds is. Dit moeten ze ook in de antwoorden op schrijven: 21:00 is 9 uur ’s avonds.

  • Geld:

De kinderen gaan verder met gepast betalen in dit blok. Ze kunnen al gepast betalen, maar het is nu de bedoeling om het zo gemakkelijk mogelijk te doen. Ze moeten hiervoor alle briefjes kennen. Als ze bijvoorbeeld 25 euro moeten betalen is het handiger om een briefje van 20 te geven dan 2 briefjes van 10. Het zelfde geldt voor het muntgeld. We gebruiken bij gepast betalen nog geen centen. Alleen alle briefjes en de munten van 1 en 2 euro.

Ze leren uitrekenen wat meer of minder dan iets is. Het is hierbij belangrijk dat de kinderen weten dat 100 cent 1 euro is.

Het belangrijkste doel is het uitrekenen van het wisselgeld wat je terug krijgt. Dus als ik 25 euro moet betalen en ik geef 40 euro, dan krijg ik 15 euro terug.

Vreedzaam:

 

gym in groep 4:

Groep vier heeft op vrijdag van 11.00 tot 12.00 uur gym. U kunt om 12.00 uur de kinderen bij de Banninghal ophalen. Graag ‘s ochtends de kinderen met een gymtas, met gymkleding en gymschoenen, naar school brengen.

Thuis:

Het leren lezen is net als in groep 3 in groep 4 ook een belangrijk onderdeel van de lessen.  Tot de kerstvakantie zullen de kinderen vooral bezig zijn met technisch lezen, maar daarna beginnen we aan het begrijpend lezen. In het begin van groep 4 betekent het dat de leeslessen gericht zijn op het automatisch maken van het lezen bij de kinderen: oefenen in het op tempo lezen en het lezen van verhalen (de zogenoemde leeskilometers). Het is dus van belang om thuis ook te blijven lezen, want om te begrijpen wat je leest moet je eerst voldoende de techniek beheersen. Als u met uw kind wilt oefenen: blijf boeken, recepten, gedichten of andere teksten lezen met hem of haar.

Leerzame websites (voor het oefenen thuis):
www.onlineklas.nl
www.leestrainer.nl/Technisch%20lezen/
www.citotrainer.nl

– https://www.redactiesommen.nl/groep4.html